Oordeel van het College Rechten van de Mens

DMG stond recentelijk een cliënt bij in een zaak die voorkwam bij het College van de Rechten van de Mens (CRM). Men kan het CRM benaderen om te laten onderzoeken of er verboden onderscheid is gemaakt op grond van de wet.

De cliënt ontving een brief van de ING waarin stond dat zijn beleggingsrekening werd beëindigd vanwege zijn Amerikaanse nationaliteit.
De ING geeft aan dat het een beleidskeuze is om beleggingsdiensten aan US persons te beëindigen. De wetgeving in de VS eist namelijk dat als ING de dienstverlening wil voortzetten aan cliënten, zij geregistreerd moet staan als Amerikaanse bank (broker dealer). De ING wil een Europese bank zijn en vindt tevens de risico’s die het continueren van de dienstverlening met zich meebrengen te hoog.
Hoewel het College stelt dat de bank direct onderscheid op grond van nationaliteit maakt door de dienstverlening aan hem te beëindigen, is het onderscheid in dit geval geoorloofd. De Amerikaanse wetgeving dwingt de ING tot het maken van het onderscheid.
Het College geeft aan dat deze wetten gelijk kunnen worden gesteld aan Nederlandse algemeen verbindende voorschriften. Daarom is het onderscheid op grond van nationaliteit dat de bank maakt, niet verboden.